Remeha Avanta controle en instelling verbranding

Remeha Avanta controle en instelling verbranding

Remeha Avanta controle en instelling verbranding middels de volgende stappen:

1. Schroef de dop van het rookgasmeetpunt los.
2. Steek de meetsensor van de rookgasanalysator in de meetopening.

Waarschuwing1 - Remeha Avanta controle en instelling verbranding3. Meet het percentage O2 in de rookgassen. Voer een meting uit bij vollast en laaglast.

Info - Remeha Avanta controle en instelling verbrandingBelangrijk: metingen moeten gedaan worden zonder frontmantel. Kijk hier hoe je de ketel opent.

Remeha Avanta controle en instelling verbranding - Remeha Avanta controle en instelling verbranding

Remeha Avanta controle en instelling verbranding 1 - Remeha Avanta controle en instelling verbranding
Vollast

Stappen controle-/instelwaarden O2 bij vollast
1. Houd de toets ingedrukt en druk op de toets + totdat H3 wordt weergegeven.
2. Meet het percentage O2 in de rookgassen.
3. Vergelijk de gemeten waarde met de controlewaarden in de tabel.

Remeha Avanta controle en instelling verbranding 2 - Remeha Avanta controle en instelling verbrandingRemeha Avanta controle en instelling verbranding 3 - Remeha Avanta controle en instelling verbranding

Opgelet - Remeha Avanta controle en instelling verbranding

4. Valt de gemeten waarde buiten de gegeven waarden in de tabel, corrigeer dan de gas/luchtverhouding.
5. Stel met behulp van afstelschroef A het percentage O2 van de toegepaste gassoort in op de nominale waarde. Maar in ieder geval binnen de hoogste en laagste instelgrens.

Remeha Avanta controle en instelling verbranding 4 - Remeha Avanta controle en instelling verbranding

Info - Remeha Avanta controle en instelling verbrandingBelangrijk Als het percentage O2 te laag is, draai de schroef A dan tegen de klok in voor een hoger percentage. Als het percentage O2 te hoog is, draai de schroef A dan met de klok mee voor een lager percentage.

Remeha Avanta controle en instelling verbranding 5 - Remeha Avanta controle en instelling verbranding
Laaglast

Stappen controle-/instelwaarden O2 bij laaglast:
1. Druk meerdere malen op de toets totdat het symbool L3 wordt weergegeven. Laaglast is ingesteld.
2. Meet het percentage O2 in de rookgassen.
3. Vergelijk de gemeten waarde met de controlewaarden in de tabel.

Remeha Avanta controle en instelling verbranding 6 - Remeha Avanta controle en instelling verbrandingRemeha Avanta controle en instelling verbranding 7 - Remeha Avanta controle en instelling verbranding

Opgelet - Remeha Avanta controle en instelling verbranding

4. Valt de gemeten waarde buiten de gegeven waarden in de tabel, corrigeer dan de gas/luchtverhouding.
5. Stel met behulp van afstelschroef B het percentage O2 van de toegepaste gassoort in op de nominale waarde. Maar in ieder geval binnen de hoogste en laagste instelgrens.
Remeha Avanta controle en instelling verbranding 4 - Remeha Avanta controle en instelling verbrandingInfo - Remeha Avanta controle en instelling verbrandingBelangrijk: Als het percentage O2 te hoog is, draai de schroef B dan met de klok mee voor een lager percentage. Als het percentage O2 te laag is, draai de schroef B dan tegen de klok in voor een hoger percentage.

Afsluitende instructies
1. Verwijder de meetapparatuur.
2. Draai de dop op het rookgasmeetpunt.
3. Verzegel het gasblok.
4. Plaats de frontmantel terug.
5. Warm de CV-installatie op tot ongeveer 70°C.
6. Schakel de ketel uit.
7. Ontlucht de CV-installatie na circa 10 minuten.
8. Zet de ketel aan.
9. Controleer de waterdruk. Indien nodig: vul de CV-installatie bij.
10. Vul op de bijgeleverde sticker de volgende gegevens in, en plak deze naast de typeplaat op het toestel.
– Indien ingesteld op een ander gas, het gastype;
– De gasaanvoerdruk;
– Indien geïnstalleerd als overdruktoepassing, deze invullen;
– De gewijzigde parameterinstellingen voor bovenstaande aanpassingen.
11. Instrueer de gebruiker over de werking van de installatie, ketel en regelaar.
12. Informeer de gebruiker over het uit te voeren onderhoud.
13. Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker.
14. Vul samen met de eindgebruiker de meegeleverde Garantiekaart in.
15. Bevestig de Inbedrijfstelling door middel van een handtekening en firmastempel.

De ketel is nu bedrijfsklaar.